Verslag en sfeerimpressie symposium 'Werken is toch gezond...?!' d.d. 31 maart 2010 PDF Afdrukken


Eén ding was na het symposium ‘Werken is toch gezond…?!’ van Boaborea zo klaar als een klontje: werken is inderdaad gezond. Enkele belangrijke vragen werden beantwoord, zoals: ‘Hoe gaan we van nazorg naar voorzorg?’, een vraag van Annemiek van Bolhuis van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De bezoekers kregen interessante antwoorden uit de wetenschap en het bedrijfsleven.

Managers van Gazelle en Scania gaven een kijkje in de keuken van hun gezondheidsbeleid en lieten zien hoe verzuim op totaal verschillende manieren kan worden aangepakt. Het gaf stof tot nadenken. Nederland is goed op weg als het gaat om het terugdringen van verzuim. In de afgelopen drie decennia ging het verzuim van tien naar vier procent. Er blijft echter ruimte voor verbetering. De pensioensgerechtigde leeftijd gaat waarschijnlijk omhoog, dus het is belangrijker dan ooit dat werknemers langer vitaal blijven. De levensverwachting van mensen mag dan toenemen, er komen steeds meer chronisch zieken. De huidige 4,5 miljoen chronisch zieken zijn net zo goed inzetbaar als anderen, stelde Van Bolhuis. ‘De vraag of iemand ziek of gezond is, doet er niet toe wanneer iemand goed functioneert en zijn werk met enthousiasme doet.

 

Risicomanagement
Kortom: winst valt niet te behalen bij de 4 procent verzuimende werknemers, maar bij de 96 procent die wel werkt. Van hen heeft twee derde immers een of meerdere gezondheidsklachten. Volgens Agnes Jongerius, die namens FNV de werknemersbelangen vertegenwoordigde, zoeken werkgevers de schuld voor verzuim veel te vaak bij het personeel en niet bij de werkplek of arbeidsomstandigheden. Bernard Wientjes, voorzitter van VNO-NCW, was het daar niet mee eens. Werkgevers willen volgens hem onverminderd investeren in het vasthouden van personeel, ook al is de duur van het gemiddelde dienstverband zeven jaar en dalende. ‘Het is dus puur eigenbelang van werkgevers dat hun werknemers gezond blijven’, stelde Wientjes. Een goed gezondheidsbeleid is dan onmisbaar.   

 

 

Klasien Horstman van de universiteit van Maastricht kon de populariteit van gezondheidsmanagement wel verklaren. ‘Tegenwoordig heerst niet het idee dat iemand gezond is, maar dat iemand nog niet ziek is.’ Gezondheidsmanagement is dus risicomanagement. Als de risico’s tot een minimum beperkt blijven, is het verzuim ook minimaal. Dat besef was bij truckproducent Scania al doorgedrongen, zo verklaarde manager eindtraject Erik de Gilde. ‘Een belangrijk aspect van ons gezondheidsbeleid is het terugdringen van de verhouding tussen bedrijfsongevallen en risico’s op de werkvloer. We zijn dan ook altijd bezig om risico’s in kaart te brengen. Als we een dag geen risico ontdekken, is er iets mis.’


Reactief

De Gilde begeeft zich in zijn functie dagelijks op de werkvloer tussen de ruim duizend werknemers van Scania, waarvan het leeuwendeel in de productie werkt. Hij is daarom goed op de hoogte van de stemming onder het personeel. ‘De instelling van medewerkers was voorheen vaak: “Als ik nu ziek word, is dat het probleem van het bedrijf.” Door de Wet verbetering Poortwachter heeft de werknemer nu naast rechten ook plichten.’ Scania gaat nog een stap verder. Een werknemer kan zich niet langer ziekmelden, maar hij moet in samenspraak met zijn leidinggevende ziekteverlof aanvragen. Werknemer, leidinggevende en directie houden vervolgens contact gedurende het verzuim. ‘Die betrokkenheid werkt activerend voor de werknemer en versnelt de re-integratie’, aldus De Gilde.

Vooralsnog is het gezondheidsbeleid bij Scania reactief. In de toekomst wil De Gilde meer aandacht geven aan de preventie en bevordering van gezondheid in plaats van nazorg. Dat dit waardevol kan zijn, onderschreef Roland Blonk van de universiteit van Utrecht en TNO. Hij presenteerde conclusies uit enquêtes onder werknemers. Hieruit bleek dat een kwart van de hoogopgeleiden hun werk als voornaamste oorzaak opgeeft voor verzuim. Bij laagopgeleiden – zoals de meeste werknemers van Scania – is dat zelfs een derde. De meesten van hen hebben dan lichamelijke klachten, terwijl hoogopgeleiden vaak lijden onder stress en werkdruk. Verder constateerde Blonk dat hoogopgeleiden minder moeite hebben met langer doorwerken dan laagopgeleiden. Juist voor bedrijven met laagopgeleid personeel is het dus zaak om personeel niet alleen gezond, maar ook vitaal te houden.

                                         

 

Preventief
Vitaliteit is het toverwoord van het gezondheidsbeleid van fietsenproducent Gazelle. HR-manager Adriaan Heuzinkveld legde op het symposium uit hoe het bedrijf verzuim bij de 500 werknemers op preventieve wijze tegengaat. Daarbij staat een goede balans tussen taakeisen en een positieve kijk op het werk centraal. Want positieve emoties – die Heuzinkveld ‘hulpbronnen’ noemde – helpen werknemers beter met taakeisen om te gaan. Hierdoor worden ze weerbaarder en dus vitaler. Gazelle brengt de hulpbronnen van het personeel in kaart met tests, waarvan de resultaten direct naar de werknemer worden gecommuniceerd. Daarnaast leest het personeel alles over het gezondheidsbeleid, bijvoorbeeld over ondersteunende activiteiten, in het personeelsblad.

Die ondersteunende activiteiten dienen om de hulpbronnen te versterken. Zo organiseert Gazelle activiteiten waarbij het gezin van de werknemers wordt betrokken. Daarnaast zet Gazelle speciale cursussen op, speciaal voor hun laagopgeleid personeel. De onderwerpen zijn laagdrempelig, zoals ‘communicatie’ en ‘omgaan met stress’. Deze cursussen helpen de hulpbronnen versterken, maar gaan indirect ook ongewenst gedrag tegen. Zo gaan vitaliteit en een goede sfeer op de werkvloer hand in hand.

Voorbeeldfunctie
Het draaide niet alleen om de sprekers tijdens het symposium. ‘Het belangrijke van deze symposia is de onderlinge uitwisseling’, verklaarde voorzitter Kick van der Pol van Boaborea na afloop. Daarom was er ook ruimte voor interactie. Bezoekers konden op het zogenaamde Gezondheidsplein kennismaken met verschillende dienstverleners op het gebied van werk, loopbaan en vitaliteit. In het kader van de wereldrecordpoging ‘Heel Nederland fietst’ konden bezoekers bijvoorbeeld zelf het belang van beweging ervaren op een hometrainer. ‘De meeste bezoekers van het symposium hebben een managementpositie en dus een voorbeeldfunctie’, legde de instructeur van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) uit. ‘Alleen als managers beweging belangrijk vinden, wordt er werk gemaakt van beweging. Bijvoorbeeld lockers voor schone kleding, douches en een fietsplan.’

Als het belang van goed gezondheidsbeleid voorafgaand nog niet bekend was bij de bezoekers, dan was dat naderhand zeker wel het geval. En belangrijker nog: het was iedereen duidelijk dat een goede gezondheid niet alleen een kwestie voor de werknemer is, maar zeker ook voor de werkgever. Want zoals wetenschapper Roland Blonk concludeerde: ‘Als mensen na langdurige werkloosheid gaan werken, ervaren ze een toename van hun gezondheid. Werken is dus niet ongezond; het versnelt het herstel van ziekte. Niet werken is juist ongezond.’

Bron: Arbomagazine